ECLI:NL:RBDHA:2024:13223
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat die verantwoordelijk is voor de asielaanvraag deze moet behandelen. Nederland heeft Kroatië aangewezen als verantwoordelijke lidstaat en een verzoek tot terugname ingediend, dat door Kroatië is aanvaard.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer op Kroatië van toepassing is vanwege berichten over onvoldoende bescherming tegen discriminatie en slechte behandeling van vreemdelingen. Ook stelde hij dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Kroatië nog steeds als verantwoordelijke lidstaat kan worden beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom het vertrouwensbeginsel niet meer geldt. De verwijzingen naar berichten zijn niet gespecificeerd en de aangehaalde jurisprudentie is niet verouderd gebleken. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de belangen van eiser in acht zijn genomen. Daarnaast is erop gewezen dat eiser klachten bij Kroatische autoriteiten kan indienen indien hij zich niet conform verdragsverplichtingen behandeld acht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de minister. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach - de Wit en griffier Engberts op 14 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.