Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer],
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser verzocht om heroverweging van het intrekkingsbesluit van zijn verblijfsvergunning asiel, dat met terugwerkende kracht tot 2014 was ingetrokken en sinds 2018 in rechte vaststaat. Hij baseerde zijn verzoek op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die een nieuwe uitleg gaf aan de toepassing van de glijdende schaal bij intrekkingen, waardoor volgens hem zijn verblijfsduur ten onrechte te kort was meegewogen.
Verweerder wees het verzoek af op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat jurisprudentie geen novum vormt en dat de beleidswijziging die uit de uitspraak volgde niet specifiek ziet op reeds onherroepelijke intrekkingsbesluiten. Het belang van rechtszekerheid woog zwaarder dan het belang van eiser.
Eiser voerde aan dat de afwijzing evident onredelijk was en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door geen inhoudelijke beoordeling te geven. De rechtbank verwierp dit en stelde vast dat verweerder het verzoek als zodanig had behandeld en dat het ontbreken van een inhoudelijke heroverweging gerechtvaardigd was vanwege de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 22 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om heroverweging van het intrekkingsbesluit verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.