Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 30 augustus 2024 in de zaak tussen
[handelsnaam], statutair gevestigd te [plaats] , eiseres
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De rechtbank bespreekt daarbij eerst de aan eiseres verweten gedragingen (onder 5 tot en met 10). Daarna bespreekt zij de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete (onder 11 tot en met 16).
- de vreemdeling heeft een belang van 25% of meer in de onderneming;
- de vreemdeling loopt een ondernemingsrisico; en
- de vreemdeling kan de hoogte van het salaris zelf beïnvloeden.
ten behoeve van een als referent erkende werkgeververricht of wil verrichten. Daarbij wordt verwezen naar artikel 2.1 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (BuWav 2022). In dat artikel zijn uitzonderingen opgenomen op het in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) neergelegde verbod tot het verrichten van arbeid voor vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor werk en verblijf. In het derde lid van artikel 2.1 van het BuWav 2022 staat, voor zover hier relevant, dat dit verbod niet van toepassing is met betrekking tot een vreemdeling die arbeid als kennismigrant verricht en
daarnaastarbeid als zelfstandige verricht. Hieruit blijkt afdoende dat het (ook) moet gaan om het verrichten van arbeid voor een werkgever, wat ook een gezagsverhouding impliceert, en niet uitsluitend als zelfstandige (zonder verdere bemoeienis van de erkende referent) zoals in het geval van eiseres. Voor zover eiseres stelt dat de Afdeling in haar uitspraak van 23 augustus 2023 [5] heeft geoordeeld dat het beleid over de informatieplicht voor payrollingbedrijven in strijd is met het lex certa-beginsel, volgt de rechtbank dat niet. De Afdeling heeft in die uitspraak namelijk alleen het beleid over de zorgplicht voor erkend referenten beoordeeld op strijd met dat beginsel. Het betoog van eiseres dat bij payrollingbedrijven ook geen sprake is van een gezagsverhouding en van het verrichten van arbeid voor de erkend referent, leidt ook niet tot een ander oordeel. Een essentieel verschil tussen eiseres en dergelijke payrollingbedrijven is dat bij payrolling de kennismigrant door het inlenende bedrijf wordt geworven en geselecteerd en dat er binnen dat inlenende bedrijf ook een gezagsverhouding is tussen de kennismigrant en de inlener.
- is er sprake van opzet, dan vindt geen matiging plaats en geldt 100% van het boetebedrag;
- is er sprake van grove schuld, dan beoordeelt de minister per geval of aanleiding tot matiging bestaat, waarbij het boetebedrag verminderd kan worden tot 75%;
- is er sprake van normale verwijtbaarheid, dan geldt een boetebedrag van 50%;
- is er sprake van verminderde verwijtbaarheid, dan geldt een boetebedrag van 25%.
- een boetebedrag van 100% in gevallen van verhoogde ernst;
- een boetebedrag van 50% als er geen sprake is van verminderde of verhoogde ernst;
- een boetebedrag van 25% in gevallen van verminderde ernst.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
- ten aanzien van die individuele vreemdelingen wel een administratie voert;
- die administraties onvolledig zijn wegens dezelfde reden; en
- de schending van de administratieplicht niet dusdanig ernstig is dat dat afzonderlijke oplegging van bestuurlijke boetes per individueel geval rechtvaardigt.
- sprake was van adequate maatregelen door de onderneming, de rechtspersoon of een andere organisatie om te voorkomen dat er wettelijke verplichtingen worden geschonden. Daarbij betrekt de IND ook of gebleken is dat de onderneming, de rechtspersoon of de andere organisatie in andere gevallen grotendeels heeft voldaan aan de wettelijke verplichting ten aanzien waarvan hem een boete wordt opgelegd; of
- sprake was van meerdere omstandigheden die niet op zichzelf voldoende zijn om verminderde verwijtbaarheid aan te nemen, maar wel in onderlinge samenhang.
- de aard van de niet (tijdig) gemelde informatie; en
- of de informatie uit eigen beweging is gemeld.
9.7.2.1. De aard van de niet-gemelde gegevens
- Het verstrekken van kennelijk onjuiste informatie/gegevens of het achterhouden van gegevens door de referent of de vreemdeling. Dit geldt in ieder geval in de situatie dat een vreemdeling van meet af aan of overwegend niet heeft voldaan aan de voorwaarden of er (schijn)constructies zijn gehanteerd.
- Eigen verklaringen door de referent die niet volledig en naar waarheid zijn opgesteld, zoals bedoeld in artikel 2t, tweede lid, Vw of artikel 24a, tweede lid, Vw.
9.7.2.2. Verdere matiging wegens melden uit eigen beweging
uit eigen bewegingte laat worden verstrekt. De IND matigt de bestuurlijke boete in dat geval met 50 procent.
- de informatie wordt verstrekt nadat de IND of andere organisaties de referent en/of de vreemdeling al dan niet in het kader van de handhaving hebben benaderd en redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het melden van de informatie daarmee verband houdt;
- de IND op andere wijze kennis heeft genomen van de informatie;
- de IND wegens een lopend onderzoek reeds bekend is of had kunnen zijn met de verstrekte informatie, bijvoorbeeld in het kader van een verblijfsrechtelijke procedure.
- de persoon in kwestie minder dan het wettelijk minimumloon uit arbeid ontvangt; en
- voorzienbaar is dat de bestuurlijke boete daaruit moet worden betaald.
- de bestuurlijke boete binnen een periode van respectievelijk 24, 18, 12 en 6 maanden voldaan moet kunnen worden in het geval het boetebedrag in het kader van verwijtbaarheid wordt vastgesteld op respectievelijk 100 procent, 75 procent, 50 procent en 25 procent; en
- het maximaal te betalen bedrag 10 procent van het toepasselijk wettelijk minimumloon bedraagt, vermenigvuldigd met het aantal hierboven bedoelde maanden.
- bij overtreding van de zorgplicht en/of het meermaals begaan van ernstige overtredingen de IND uit kan gaan van een langere termijn van maximaal 48 maanden; en
- de IND het maximale bedrag op individuele wijze vaststelt, waarbij in ieder geval de rechtsvorm van het bedrijf wordt betrokken.
- als er meer dan 1 maand na het verstrijken van de 13 weken termijn nog geen voornemen is uitgebracht, matigt de IND de boete met 5 procent;
- als er meer dan 3 maanden na de 13 weken termijn nog geen voornemen is uitgebracht, matigt de IND de boete met 10 procent; en
- Voor iedere volgende drie maanden matigt de IND de boete steeds met 5 procent extra.
- de vreemdeling heeft een belang van 25% of meer in de onderneming;
- de vreemdeling loopt een ondernemingsrisico; en
- de vreemdeling kan de hoogte van het salaris zelf beïnvloeden.