ECLI:NL:RBDHA:2024:14013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring wegens zicht op uitzetting naar Gambia
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, is op 26 maart 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 30 augustus 2024 behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 28 juni 2024, het moment van sluiting van het vorige onderzoek. Eiser voerde aan dat het zicht op uitzetting naar Gambia ontbreekt, mede omdat hij homoseksueel is en niet veilig acht in Gambia, en hij weigerde mee te werken aan presentaties. De minister stelde dat het onderzoek bij de Gambiaanse autoriteiten nog loopt en dat de weigering van eiser de voortgang vertraagt.
De rechtbank concludeerde dat er in het algemeen en specifiek voor eiser zicht is op uitzetting, mede op basis van recente cijfers waaruit blijkt dat de Gambiaanse autoriteiten enige medewerking verlenen. Eiser heeft de verplichting tot medewerking niet nagekomen. De minister heeft voldoende voortvarend gewerkt aan de uitzetting, met rappelleringen en vertrekgesprekken.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is voortgezet en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.