Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 21 januari 2024 een asielaanvraag in die niet in behandeling werd genomen door de minister van Asiel en Migratie. De minister stelde dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening, mede omdat Kroatië het terugnameverzoek had geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij in Kroatië geen asielaanvraag had ingediend en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing zou zijn vanwege risico's op indirect refoulement, pushbacks en ontoereikende opvang. Tevens stelde hij dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden vanwege de aanwezigheid van een oom in Nederland die hem ondersteunt.
De rechtbank oordeelde dat eiser zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd. De Kroatische autoriteiten hadden het terugnameverzoek geaccepteerd en er was geen bewijs van fundamentele systeemfouten of risico's op schending van artikel 3 EVRM Pro. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is bevestigd door eerdere jurisprudentie. De aanwezigheid van een oom in Nederland en medische problemen vormden geen bijzondere omstandigheden voor toepassing van artikel 17.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.