Uitspraak
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
8 maart 2024 heeft verweerder een advies opgevraagd bij het BMA. [16] Bij nota van
21 juni 2024 heeft het BMA een medisch advies uitgebracht waaruit samengevat volgt dat eiser niet kan reizen, tenzij een fysieke overdracht vooraf is geregeld en daarbij is voldaan aan een aantal garanties. Hierbij bestaan de noodzakelijke garanties uit begeleiding door een psychiatrisch verpleegkundige tijdens de reis en direct na de reis een fysieke overdracht aan de behandelaar ter plekke. Direct na de reis moet worden beoordeeld of eisers dreiging om zichzelf te beschadigen of suïcide te plegen enige concreetheid in zich heeft. Zo nodig moet dan crisisbehandeling plaatsvinden. Daarnaast wordt aanbevolen dat eiser een schriftelijke overdracht van de medische gegevens meeneemt en dat hij voldoende medicatie meeneemt om de medicatie te continueren tijdens de reis. In het bestreden besluit en ter zitting heeft verweerder bevestigd dat de feitelijke overdracht zal worden opgeschort als de Poolse autoriteiten laten weten dat zij op het moment van overdracht niet aan deze behoeften kunnen voldoen. Naar het oordeel van de rechtbank is dit voldoende om aan te nemen dat eiser enkel zal worden overgedragen als aan deze garanties wordt voldaan. De stukken die in beroep zijn overgelegd leiden niet tot een ander oordeel nu hieruit hetzelfde beeld naar voren komt als reeds is meegenomen in het BMA-advies. In het BMA-advies wordt immers ook onderkend dat een verhoogd risico op suïcide aanwezig is. Uit artikel 32 van Pro de Dublinverordening volgt daarnaast dat de verantwoordelijke lidstaat bij overdracht wordt geïnformeerd als er sprake is van bijzondere medische behoeften, verzorging of behandeling. Gelet hierop en de omstandigheid dat ervan uit mag worden gegaan dat Polen zijn internationale verplichtingen nakomt, overweegt de rechtbank dat daarmee voldoende is gewaarborgd dat eiser ook na de overdracht de benodigde voorzieningen zal ontvangen. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de overdracht een reëel en bewezen risico zou inhouden op een aanzienlijke onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestand van eiser.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.