ECLI:NL:RBDHA:2024:15041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens onvoldoende motivering bijzondere omstandigheden
Eiser, een Iraakse asielzoeker, diende op 4 februari 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, gezien een eerdere asielaanvraag van eiser in Duitsland in 2018. Eiser en zijn gezin verblijven in Nederland, waarbij de oudste dochter in een beschermde opvang verblijft vanwege een loverboy-situatie.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom geen bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig waren om de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De verklaring van Veilig Thuis, waarin werd gesteld dat beide ouders beschikbaar moeten zijn voor gezinstherapie en een stabiele thuissituatie, werd betrokken bij de beoordeling.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat en vernietigde het besluit. De minister werd opgedragen de zaak opnieuw te beoordelen met inachtneming van de nieuwe informatie. Daarnaast werd de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen de asielaanvraag opnieuw te beoordelen met inachtneming van bijzondere, individuele omstandigheden.