Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Kroatië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was. Kroatië had op 20 februari 2024 al een asielaanvraag van eiser ontvangen. Nederland zond op 16 april 2024 een verzoek tot terugname aan Kroatië, waarop geen reactie kwam, wat volgens de Dublinverordening geldt als een fictief akkoord.
Eiser voerde aan dat Kroatië niet adequaat omgaat met Dublinclaimanten, verwijzend naar mishandeling en slechte opvang, en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer toepasbaar is. Hij stelde ook dat hij psychische klachten heeft die overdracht onevenredig hard maken. De rechtbank oordeelde dat het fictief akkoord gelijkstaat aan aanvaarding van het verzoek en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Kroatië niet voldoet aan de Europese asielnormen.
De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie en rapportages die bevestigen dat Kroatië Dublinclaimanten adequaat behandelt en dat er geen sprake is van pushbacks of fundamentele systeemfouten in de opvang. Ook concludeerde de rechtbank dat eiser's psychische klachten geen reden zijn om van overdracht af te zien, omdat hij in Kroatië behandeling kan krijgen.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard en is het bestreden besluit gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.