Verzoeker, van Liberiaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en het opgelegde terugkeerbesluit. Tijdens deze lopende beroepsprocedure is een presentatie bij de ambassade van Liberia gepland, waartegen verzoeker bezwaar maakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het presenteren van verzoeker bij de ambassade de effectiviteit van het rechtsmiddel kan aantasten, mede omdat verzoeker vreest voor de autoriteiten van zijn land van herkomst. De minister stelt dat presentatie rechtmatig is en noodzakelijk voor een spoedige terugkeer, maar dit standpunt wordt verworpen.
De voorzieningenrechter wijst op het arrest Gnandi van het Hof van Justitie van de EU, dat stelt dat lidstaten geen handelingen mogen verrichten die de effectiviteit van het rechtsmiddel tegen een terugkeerbesluit aantasten. Het risico van uitlekken van verblijfredenen en mogelijke gevolgen voor verzoeker kunnen niet worden uitgesloten.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen en wordt de minister verboden de presentatie bij de ambassade te laten plaatsvinden totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.