ECLI:NL:RBDHA:2025:22692

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
NL25.42633
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbVreemdelingencirculaire 2000Arrest GnandiArrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 juni 2018, ECLI:EU:C:2018:465
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening verbiedt presentatie vreemdeling bij diplomatieke vertegenwoordiging tijdens lopend asielberoep

Verzoekster, een alleenstaande minderjarige vreemdeling, diende op 7 februari 2023 een asielaanvraag in die op 10 januari 2025 werd afgewezen. Zij stelde beroep in tegen dit besluit, dat nog niet is behandeld. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) kondigde aan verzoekster op 5 september 2025 te presenteren bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Sierra Leone, hetgeen zij betwistte vanwege haar lopende beroep en psychische problemen.

De minister stelde dat presentatie noodzakelijk is voor het verkrijgen van een laissez-passer en dat dit geen afbreuk doet aan de beroepsprocedure. De voorzieningenrechter constateerde echter divergerende jurisprudentie en oordeelde dat de presentatie een verwijderingshandeling is die het beroep kan aantasten, vooral gezien de psychische kwetsbaarheid van verzoekster.

De voorzieningenrechter besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor verzoekster niet mag worden gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging totdat het beroep is afgerond. Tevens werden de proceskosten van verzoekster aan de minister opgelegd.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de presentatie van verzoekster bij de diplomatieke vertegenwoordiging totdat het beroep in haar asielprocedure is afgerond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.42633
V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

(gemachtigde: mr. G.E. Jans),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. Y. Verheugd).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster, dat ertoe strekt haar presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Sierra Leone te verbieden.
1.1.
Verzoekster heeft op 7 februari 2023 een asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 10 januari 2025 heeft de minister deze asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Dit beroep is aanhangig bij deze rechtbank en zittingsplaats (zaaknummer: NL25.4987). In dit beroep is nog geen uitspraak gedaan.
1.2.
Bij brief van 3 september 2025 heeft de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) verzoekster medegedeeld dat zij op 5 september 2025 zal worden gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Sierra Leone. Verzoekster heeft op dezelfde datum de DT&V verzocht de voorgenomen presentatie geen doorgang te laten vinden. Bij e-mail van 4 september 2025 heeft de DT&V aan verzoekster laten weten dat de presentatie van verzoekster op 5 september 2025 doorgang zal vinden.
1.3.
Verzoekster heeft op 4 september 2025 een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, waarin zij de voorzieningenrechter heeft verzocht om haar presentatie op 5 september 2025 te verbieden. De minister heeft bij brief van dezelfde datum op dit verzoek gereageerd.
1.4.
De voorzieningenrechter heeft op 4 september 2025 een ordemaatregel getroffen, waarin is bepaald dat verzoekster niet mag worden gepresenteerd totdat op het verzoek om een voorlopige voorziening is beslist.
1.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, H. Abdullah als tolk in de Engelse taal, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Standpunt verzoekster
2. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet mag worden gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van haar land van herkomst, Sierra Leone. Zij voert aan dat zij beroep heeft ingesteld tegen het besluit tot afwijzing van haar asielaanvraag. Gedurende dit beroep heeft zij procedureel rechtmatig verblijf en rust op haar geen vertrekplicht. Zij kan dan ook niet worden verplicht mee te werken aan de presentatie. Verzoekster voert verder aan dat zij psychische problemen heeft wegens traumatische ervaringen in haar land van herkomst. Een presentatie bij de Sierra Leoonse autoriteiten zou haar onnodig confronteren met een terugkeer naar het land dat zij is ontvlucht en met de gebeurtenissen die daar hebben plaatsgevonden.
Standpunt minister
3. De minister stelt zich op het standpunt dat hij verzoekster mag verplichten om mee te werken aan haar vertrek reeds voordat op haar beroep tegen de afwijzing van haar asielaanvraag is beslist. Omdat verzoekster niet over een geldig grensoverschrijdingsdocument beschikt en het proces ter verkrijging van een zogeheten laissez-passer (een vervangend reisdocument) vaak een langdurig traject is, dient tijdig een aanvang gemaakt te worden met het voorbereiden van dit proces. Die voorbereiding kan bestaan uit een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst, waarbij wordt gesproken over het effectueren en voorbereiden van een mogelijk aanstaand vertrek. De minister betwist dat de effectiviteit van de beroepsprocedure van verzoekster zal worden aangetast als zij bij de diplomatieke vertegenwoordiging wordt gepresenteerd. De asielaanvraag van verzoekster heeft namelijk geen betrekking tot problemen met de autoriteiten van Sierra Leone. Met deze autoriteiten wordt ook geen informatie gedeeld waaruit zij kunnen afleiden dat verzoekster een asielaanvraag in Nederland heeft ingediend. Er staat volgens de minister dan ook niets in de weg aan contact met deze autoriteiten ter verkrijging van een laissez-passer.
Het oordeel van de voorzieningenrechter
4. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.
5. Hoewel de datum van de geplande presentatie van verzoekster inmiddels is verstreken, neemt de voorzieningenrechter nog steeds een spoedeisend belang aan. Dit omdat de voorzieningenrechter in deze zaak eerder een ordemaatregel heeft getroffen en een onverwijlde uitkomst van dit geding daarom wenselijk is. Bovendien heeft verzoekster naar voren gebracht dat zij niet bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Sierra Leone wil worden gepresenteerd zolang het beroep in de asielprocedure duurt, terwijl de minister het belang naar voren heeft gebracht dat zij een spoedige aanvang wil maken met het voorbereiden van het vertrek van verzoekster.
6. De voorzieningenrechter stelt vast dat sprake is van divergerende rechtspraak met betrekking tot de toelaatbaarheid van het presenteren van een vreemdeling bij de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst teneinde een laissez-passer te verkrijgen, terwijl het beroep in de asielprocedure nog loopt. Enerzijds zijn door de voorzieningenrechter van verschillende zittingsplaatsen van deze rechtbank uitspraken gedaan waarin is geoordeeld dat uit het arrest Gnandi [1] niet volgt dat uitzettingshandelingen tijdens het beroep categorisch verboden zijn, maar enkel voor zover zij het recht op een doeltreffende voorziening in rechte aantasten. [2] Daar is onder meer sprake van wanneer de vreemdeling die stelt in de negatieve aandacht te staan of hebben gestaan van de autoriteiten van het land van herkomst tijdens de beroepsfase wordt verplicht contact te leggen met diezelfde autoriteiten. [3] Wanneer de vreemdeling in zijn asielprocedure echter niet een dergelijke vrees voor de autoriteiten naar voren heeft gebracht, is van een aantasting van de effectiviteit van het beroep door het presenteren van de vreemdeling geen sprake. [4]
7. Anderzijds zijn door de voorzieningenrechter van verschillende zittingsplaatsen uitspraken gedaan waarin is geoordeeld dat het presenteren van de vreemdeling tijdens de beroepsfase zonder meer niet toelaatbaar is. Zo heeft zittingsplaats Roermond geoordeeld dat de uit het terugkeerbesluit voortvloeiende vertrekplicht met het instellen van het beroep in de asielprocedure wordt opgeschort en dat de minister gelet hierop zich moet onthouden van verwijderingshandelingen, zoals het presenteren van de vreemdeling bij de diplomatieke vertegenwoordiging. [5] De voorzieningenrechter heeft de minister niet gevolgd in zijn standpunt dat de presentatie slechts als een voorbereidende handeling moet worden gezien en heeft evenmin relevant geacht dat de vreemdeling in zijn asielprocedure geen vrees voor de autoriteiten naar voren heeft gebracht.
8. De rechtbank stelt verder vast dat bij de Afdeling [6] twee zaken [7] aanhangig zijn over deze kwestie en de Afdeling in deze zaken aan de minister onder meer vragen heeft gesteld over hoe het presenteren van de vreemdeling bij en het verstrekken van diens gegevens aan de diplomatieke vertegenwoordiging hangende het asielberoep zich verhoudt tot het arrest Gnandi en over de wettelijke grondslag voor deze handelingen. Ook heeft de Afdeling gevraagd wat de ratio is van het huidige beleid [8] dat een laissez-passeraanvraag al in de beroepsprocedure wordt opgestart, terwijl op grond van eerder beleid hiermee in beginsel pas na een rechterlijke uitspraak in de asielprocedure werd aangevangen. De Afdeling heeft in deze zaken nog geen uitspraak gedaan.
9. Gelet op de divergerende rechtspraak en de omstandigheid dat de hoger beroepsrechter zich nog niet over dit vraagstuk heeft uitgesproken, kan op voorhand niet worden uitgesloten dat de presentatie van verzoekster bij de Sierra Leoonse vertegenwoordiging tijdens haar asielprocedure onrechtmatig is.
10. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de presentatie niet kan worden aangemerkt als een handeling ter voorbereiding van het terugkeerproces, maar dat zij moet worden gezien als een verwijderingshandeling. In de brief van de DT&V van 3 september 2025 wordt immers vermeld dat tijdens dit gesprek de identiteit en nationaliteit van verzoekster wordt onderzocht, zodat haar vertrek mogelijk wordt. Het betreft aldus een handeling die erop is gericht het vertrek van verzoekster te effectueren. De voorzieningenrechter acht het daarom aannemelijk dat dit een handeling betreft waar de minister zich ingevolge het arrest Gnandi van dient te onthouden zolang het beroep in de asielprocedure nog loopt. Uit dit arrest volgt namelijk dat ter verzekering van de doeltreffendheid van het beroep in de asielprocedure alle rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit moeten worden geschorst tot op het beroep is beslist.
11. Tot slot weegt de voorzieningenrechter mee dat verzoekster als alleenstaande minderjarige vreemdeling Nederland is binnengekomen en in de beschermde asielopvang heeft gezeten. In de verklaring van de psycholoog van verzoekster van 29 april 2025 staat dat verzoekster vanaf haar binnenkomst symptomen van een posttraumatische stressstoornis heeft laten zien en momenteel een traumabehandeling krijgt bij een GGZ-instelling. Verzoekster heeft naar voren gebracht dat de voorgenomen presentatie bij haar (extra) stress veroorzaakt. Het valt niet uit te sluiten dat de presentatie kan leiden tot een verslechtering van de medische problematiek van verzoekster. Hoewel de rechtbank begrijpt dat de minister gelet op de mogelijke lange duur van een eventueel terugkeertraject een gerechtvaardigd belang heeft bij het kunnen aanvangen van het terugkeerproces, weegt het belang van verzoekster bij het niet doorgaan van de presentatie bij deze huidige stand van zaken naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder.
12. Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter de gevraagde voorlopige voorziening toewijzen en bepalen dat de minister verzoekster niet mag presenteren bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Sierra Leone totdat de rechtbank op het beroep in de asielprocedure van verzoekster heeft beslist, dan wel totdat deze procedure op enige andere wijze wordt beëindigd.
13. Omdat het verzoek wordt toegewezen, zal de voorzieningenrechter de minister veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 1.814,- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor verschijnen op de zitting).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- treft de voorlopige voorziening dat verzoekster niet mag worden gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Sierra Leone, totdat op het beroep in haar asielprocedure is beslist, dan wel totdat deze procedure op enige andere wijze wordt beëindigd;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.W. Victoor, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 juni 2018, ECLI:EU:C:2018:465.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15562 en van zittingsplaats Arnhem van 17 juli 2024 ECLI:NL:RBDHA:2024:12089.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats ’s Hertogenbosch van 20 augustus 2025, zaaknummer: NL25.38823 (niet gepubliceerd op rechtspraak.nl) en van zittingsplaats Utrecht van 22 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17193.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 17 april 2025, zaaknummer: NL25.17073 (niet gepubliceerd op rechtspraak.nl) en van zittingsplaats Den Haag van 20 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13363.
5.Zie de uitspraken van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15472 en van 30 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9592.
6.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.Zaaknummers: 202204477/1/V2 en 202302824/1/V3.
8.Paragraaf A3/4.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000.