ECLI:NL:RBDHA:2025:12677
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Polen
Eiser, een Soedanese asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen dit besluit en het verzoek om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat het terugnameverzoek aan Polen correct en volledig was en dat verweerder niet verplicht was om informatie over pushbacks of de aangekondigde opschorting van het asielrecht in Polen te vermelden. Polen had het verzoek geaccepteerd, wat bevestigt dat zij de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag op zich nemen.
Verder stelde eiser dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege mogelijke schendingen van mensenrechten in Polen. De rechtbank volgde dit niet, verwijzend naar recente jurisprudentie en het ontbreken van aannemelijke bewijsstukken dat Polen structureel tekortschiet in de behandeling van asielzoekers.
Ook het beroep op onevenredige hardheid slaagde niet, omdat eiser geen bijzondere individuele omstandigheden aannemelijk maakte die overdracht aan Polen zouden verbieden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.