ECLI:NL:RBDHA:2024:17375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser is op 2 september 2024 door het COa geplaatst in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen na een ernstig incident waarbij hij een medebewoner fysiek aanviel met een mes, wat leidde tot een schram van circa 25 à 30 centimeter. Tegelijkertijd legde de minister een vrijheidsbeperkende maatregel op, waarbij eiser zich binnen een bepaald gebied moest ophouden.
Eiser voerde aan dat het dossier onvolledig was, dat het GZA-akkoord ontbrak en dat het COa onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn psychische gesteldheid. De rechtbank oordeelde dat eiser niet had verzocht om ontbrekende stukken en dat het GZA-akkoord wel degelijk aanwezig was. Ook was er geen aanleiding voor een lichtere maatregel gezien de ernst van het incident en de impact op de veiligheid en leefbaarheid in het azc.
Daarnaast stelde eiser dat binnen de HTL onbevoegd geweld werd toegepast en dat zijn recht op privéleven (artikel 8 EVRM Pro) werd geschonden door de strenge beperkingen. De rechtbank vond geen bewijs voor dwangmiddelen bij binnenkomst en verwees naar eerdere uitspraken en inspectierapporten waarin de leefbaarheid en veiligheid in de HTL als toereikend werden beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat de besluiten voldoende waren gemotiveerd, dat de belangen van eiser voldoende waren meegewogen en dat er geen onrechtmatigheden waren. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard.