Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Moet verweerder de proceskosten van eiser vergoeden?
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 18 juni 2022 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in. Na overschrijding van de beslistermijn stelde eiser verweerder op 1 mei 2024 in gebreke en stelde beroep in op 16 mei 2024 wegens het niet tijdig beslissen. Verweerder nam op 28 mei 2024 alsnog een inwilligend besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiser geen belang meer heeft nu het besluit is genomen. Wel is vastgesteld dat de beslistermijn van 21 maanden, gerekend vanaf de aanvraagdatum, was overschreden, waardoor de ingebrekestelling tijdig was.
Verweerder is daarom veroordeeld in de proceskosten van eiser ter hoogte van € 437,50. De rechtbank wijst erop dat een bestuurlijke dwangsom niet van toepassing is op asielaanvragen voor bepaalde tijd vanwege een tijdelijke wet en bevestigt dat verweerder geen dwangsom verschuldigd is.
De procedure vond plaats zonder zitting, partijen stemden hiermee in. De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op 22 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser tot € 437,50.