ECLI:NL:RBDHA:2024:17843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De minister heeft op 30 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft de maatregel eerder getoetst en toen als rechtmatig beoordeeld.
In deze procedure stond centraal of sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 13 september 2024 de maatregel nog rechtmatig is. Eiser voerde aan dat er geen zicht meer is op uitzetting naar Algerije omdat de Algerijnse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de laissez-passer-aanvraag en dat Algerije bekend staat om het langdurig niet afgeven van deze documenten.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat na twee maanden nog geen reactie is ontvangen niet betekent dat er geen laissez-passer zal worden afgegeven. Er is geen aanwijzing dat Algerije heeft laten weten geen laissez-passer te verstrekken. Daarnaast rust op eiser de plicht om actief mee te werken aan zijn uitzetting, wat hij niet doet. De minister werkt voldoende voortvarend aan de uitzetting, zo blijkt uit rapportages en vertrekgesprekken. Er zijn geen nieuwe feiten die de bewaring onevenredig bezwarend maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.