ECLI:NL:RBDHA:2024:18420
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling invordering dwangsommen bodemenergiesysteem na vergunningoverschrijding
Eiseres exploiteert een bodemenergiesysteem waarvoor zij sinds 2009 een Waterwetvergunning had moeten hebben. Na het verlopen van de tijdelijke vergunning in 2020 bleef het systeem in werking, waarna verweerder een last onder dwangsom oplegde om de onttrekking te staken, het systeem af te dichten en verslag te doen. Hoewel het systeem op 4 oktober 2021 werd uitgeschakeld, werden de bronnen pas op 13 december 2021 afgedicht en het verslag pas daarna ingediend.
Verweerder vorderde dwangsommen over de periode dat niet aan de last was voldaan. Eiseres stelde dat zij tijdig had voldaan aan het belangrijkste onderdeel van de last en dat afdichting en verslaglegging geen vergunningplichtige elementen waren. De rechtbank oordeelde dat afdichting en verslaglegging wel binnen de vergunningvoorschriften vallen en essentieel zijn om bodemverontreiniging te voorkomen.
De rechtbank verwierp het betoog dat de last onduidelijk was en dat verweerder zich excessief formalistisch opstelde. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde, mede omdat eiseres pas na afloop van de begunstigingstermijn opdracht gaf tot afdichting. De financiële situatie van eiseres bood geen grond om invordering te matigen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de invorderingsbesluiten wordt ongegrond verklaard en de dwangsommen worden terecht gevorderd.