ECLI:NL:RBDHA:2024:19500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Duitsland
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat er geen aanwijzingen zijn dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van een reëel risico op schending van zijn rechten in Duitsland of dat bijzondere omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het arrest C.K. faalt, omdat eiser geen objectieve medische gegevens heeft overgelegd die een risico op onomkeerbare gezondheidsschade bij overdracht aantonen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.