ECLI:NL:RBDHA:2024:19744
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure
Eiser, van Syrische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland op 16 februari 2024. De minister van Asiel en Migratie nam zijn asielaanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. Na een ongegrond verklaard beroep tegen dit besluit, verlengde de minister de overdrachtstermijn van zes naar achttien maanden omdat eiser zich niet meldde voor overdracht.
Eiser stelde beroep in tegen deze verlenging op 14 oktober 2024, terwijl het bestreden besluit aangaf dat de beroepstermijn één week bedraagt. De rechtbank oordeelt dat deze termijn passend is binnen het wettelijke kader van de Vreemdelingenwet en de Algemene wet bestuursrecht, en dat het beroep daarom te laat is ingediend.
De rechtbank overweegt dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, ondanks het betoog van eiser dat de termijn geen wettelijke basis zou hebben. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en behandelt de zaak niet inhoudelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.