ECLI:NL:RBDHA:2024:20144
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting bewaring na asielaanvraag leidt tot onmiddellijke invrijheidstelling
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 19 april 2024 in bewaring gesteld om zijn terugkeer naar Algerije te verzekeren. Na het indienen van een asielaanvraag op 15 november 2024, werd de bewaring voortgezet op grond van de Terugkeerrichtlijn, terwijl de procedure geschorst had moeten worden. Verweerder stelde de maatregel pas op 19 november 2024 om op de asielgrondslag.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig omzetten van de maatregel onrechtmatig is, omdat verweerder niet binnen de vereiste termijn van twee dagen na de asielaanvraag heeft onderzocht of bewaring noodzakelijk, proportioneel en evenredig was. De voortzetting van de bewaring zonder geldige grondslag leidt tot willekeurige vrijheidsontneming.
De rechtbank verwijst naar het arrest Bouskoura en benadrukt dat "kwade trouw" niet vereist is om willekeurige detentie aan te nemen. De enige doeltreffende voorziening is onmiddellijke invrijheidstelling. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.500,- en proceskosten van €1.750,- aan eiser.
De uitspraak onderstreept de strikte voorwaarden en termijnen voor het opleggen en voortzetten van bewaring bij vreemdelingen, met bijzondere aandacht voor de bescherming van asielzoekers onder de Opvangrichtlijn en het Handvest van de Grondrechten van de EU.
Uitkomst: De rechtbank gelast onmiddellijke invrijheidstelling, opheffing van de bewaring en toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.