ECLI:NL:RBDHA:2024:20601
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinprocedure wegens ontbreken procesbelang
Eiser, van Somalische nationaliteit, had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om de overdrachtstermijn voor zijn overdracht aan Frankrijk te verlengen op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. De minister verlengde de termijn omdat eiser ondergedoken was geraakt en volgens het COA op 9 augustus 2024 met onbekende bestemming was vertrokken.
De rechtbank stelde vast dat het verlengen van de overdrachtstermijn een appellabel besluit is en dat partijen schriftelijke behandeling hadden afgesproken. Tijdens de procedure bleek dat eiser geen contact meer onderhield met zijn gemachtigde en dat er geen aanwijzingen waren dat hij nog in Nederland verbleef.
Gelet op vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betekent het ontbreken van contact en het vertrek met onbekende bestemming dat het beroep niet meer van feitelijke betekenis is en het procesbelang ontbreekt. Eiser stelde ook geen schade door het besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke beoordeling van het besluit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Overmars en griffier Van der Wal op 10 december 2024 in Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.