Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland had eerst een verzoek tot terugname bij Zwitserland gedaan, dat werd afgewezen, waarna Kroatië het verzoek na heroverweging aanvaardde.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet voor Kroatië geldt vanwege risico's op mishandeling en slechte opvang, en dat de staatssecretaris zijn aanvraag onverplicht had moeten aannemen wegens bijzondere omstandigheden rondom zijn partner. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Kroatië blijft gelden, mede op basis van recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bijzondere omstandigheden heeft die een onverplichte behandeling rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de staatssecretaris in stand blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Bodt en griffier Pijnenburg.