ECLI:NL:RBDHA:2023:7889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Kroatië wegens pushbacks en interstatelijk vertrouwen
Verzoeker, met de Burundese nationaliteit, diende op 7 december 2022 een asielaanvraag in. De staatssecretaris wees Kroatië aan als verantwoordelijke lidstaat en legde op 1 februari 2023 een claim neer, die Kroatië op 15 februari 2023 aanvaardde. Verzoeker betwist dit overdrachtsbesluit, onder meer vanwege mishandeling en pushbacks in Kroatië, en stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan gelden.
De rechtbank overweegt dat Kroatië zich op grote schaal schuldig maakt aan pushbacks, wat een fundamentele systeemfout vormt die het vertrouwen in naleving van internationale verplichtingen ondermijnt. De staatssecretaris heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de situatie van Dublinclaimanten na overdracht, waardoor het vertrouwensbeginsel niet deugdelijk kan worden toegepast.
De voorzieningenrechter wijst de voorlopige voorziening toe en schorst het overdrachtsbesluit, omdat het risico bestaat dat verzoeker na overdracht in strijd met artikel 4 van Pro het EU-Handvest komt te verkeren. Het beroep wordt aangehouden in afwachting van het arrest van het Hof van Justitie over prejudiciële vragen die ook relevant zijn voor de situatie in Kroatië.
De rechtbank volgt hiermee de lijn van eerdere aanhoudingen in Dublin-procedures met betrekking tot Bulgarije en Polen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het overdrachtsbesluit aan Kroatië wordt geschorst en verzoeker mag niet worden overgedragen totdat op het beroep is beslist.