ECLI:NL:RBDHA:2024:21935
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 13 december 2024 behandeld en verklaart het ongegrond. De minister heeft terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast, waarbij is aangenomen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt en eiser geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro Handvest. De door eiser aangevoerde concrete aanwijzingen van extreemrechtse dreigingen en opvangproblemen in Duitsland zijn onvoldoende om dit vertrouwen te doorbreken.
Daarnaast heeft de minister op juiste wijze geen gebruik gemaakt van de discretionaire bevoegdheid uit artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de aanvraag in Nederland te behandelen, ondanks de langdurige verblijfsduur en integratie van eiser in Nederland.
De rechtbank concludeert dat de minister voldoende gemotiveerd heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.A. van der Straaten en griffier G.T.J. Kouwenberg.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.