ECLI:NL:RBDHA:2024:22521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging Syrië
Eiser, een Syrische jongvolwassene met een verblijfsvergunning asiel, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging met zijn moeder, broer en zussen. De minister wees dit verzoek af omdat de identiteit en familierechtelijke relatie met de broer en zussen niet aannemelijk waren gemaakt, het overlijden van de vader niet met documenten was onderbouwd en een toestemmingsverklaring ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat eiser onder het jongvolwassenenbeleid valt en dat er hechte persoonlijke banden zijn met zijn moeder en minderjarige zussen, maar dat geen gezinsleven met de meerderjarige broer kon worden vastgesteld. De belangenafweging viel in het nadeel van eiser en zijn familie.
Eiser voerde aan dat zijn psychische problemen zijn verklaringen over het overlijden van zijn vader beïnvloedden en dat de minister onvoldoende onderzoek deed naar de belangen van zijn minderjarige zussen. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd en bevestigde dat het ontbreken van een toestemmingsverklaring zwaarwegend is om ongeoorloofde onttrekking aan het ouderlijk gezag te voorkomen.
Verder werd geoordeeld dat het jongvolwassenenbeleid enkel het bestaan van gezinsleven vaststelt, maar dat de minister een belangenafweging moet maken waarbij ook zelfstandigheid en tijd sinds het uiteenvallen van het gezin worden meegewogen. De minister mocht het belang van de moeder boven dat van eiser en zijn zussen stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de afwijzing van de aanvraag en wees het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.