ECLI:NL:RBDHA:2024:22999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening met betrekking tot Kroatië
Eisers hebben asiel aangevraagd in Nederland, maar de minister heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers stelden dat zij in Kroatië onmenselijk zijn behandeld en vrezen herhaling bij terugkeer. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië blijft gelden, omdat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een reëel risico lopen op onrechtmatige behandeling of pushbacks.
De rechtbank constateert echter dat de minister de belangen van het minderjarige kind onvoldoende heeft betrokken in de besluitvorming, wat een motiveringsgebrek oplevert. Desondanks wordt het beroep gegrond verklaard maar blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat de minister op zitting voldoende heeft toegelicht waarom de belangen van het kind niet aan overdracht in de weg staan.
Eisers voerden ook aan dat de minister had moeten afzien van overdracht op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening vanwege familiebanden in Nederland, maar de rechtbank oordeelt dat de minister dit besluit in redelijkheid kon nemen. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek over belangen kind, maar rechtsgevolgen van besluit blijven in stand.