ECLI:NL:RBDHA:2024:3896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 7 maart 2024 behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije nog geldt en of de staatssecretaris terecht geen gebruik heeft gemaakt van de hardheidsclausule uit artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden voor Bulgarije, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat hij geen effectieve klachtmogelijkheden daar heeft. Ook het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024 leidt niet tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de hardheidsclausule uit artikel 17 heeft Pro de staatssecretaris gemotiveerd waarom de bijzondere omstandigheden van eiser, waaronder traumatische ervaringen en psychische klachten, geen toepassing daarvan rechtvaardigen. De rechtbank vindt dat de staatssecretaris dit besluit terughoudend maar zorgvuldig heeft genomen. De persoonlijke situatie van eiser en het feit dat twee broers in Nederland verblijven, leiden niet tot een onevenredige hardheid die overdracht aan Bulgarije verhindert.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Hollebrandse en griffier T.J. Engberts.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.