ECLI:NL:RBDHA:2024:8407
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de aanvraag volgens de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2024 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
Eiser stelt dat Bulgarije niet langer betrouwbaar is vanwege zijn ervaringen daar, waaronder gedwongen afname van vingerafdrukken, intimidatie en slechte opvangomstandigheden. Hij beroept zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en artikel 17 van Pro de Dublinverordening, mede vanwege zijn gezinsleven met een vrouw die verblijfsrecht in Nederland heeft.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De gezinsband met zijn vrouw wordt niet erkend als grond voor het aan zich trekken van de aanvraag, omdat zij niet als gezin in de zin van de Dublinverordening worden beschouwd. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit in stand blijft.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is.