ECLI:NL:RBDHA:2024:6235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid verlenging beslistermijn asielaanvraag met negen maanden bevestigd
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 juli 2023, waarbij hij betwistte dat de staatssecretaris de beslistermijn rechtsgeldig met negen maanden had kunnen verlengen op grond van WBV 2023/3.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris de verlenging van de beslistermijn op grond van artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 en de toepasselijke beleidsregels rechtsgeldig heeft toegepast. Dit omdat het aantal eerste asielaanvragen in 2023 aanzienlijk was gestegen, waardoor het praktisch onmogelijk was om binnen de standaardtermijn van zes maanden te beslissen.
De rechtbank wees het primaire standpunt van eiser af dat de verlenging niet mogelijk was en ook het subsidiaire standpunt dat de verlenging slechts beperkt in tijd zou gelden. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris voldoende inspanningen heeft geleverd om de capaciteit van de IND te vergroten, maar dat de hoge instroom en complexiteit van zaken een langere beslistermijn rechtvaardigen.
Daarom is de ingebrekestelling van eiser te vroeg ingediend en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank gaat niet in op het verzoek om een dwangsom en wijst de proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden rechtsgeldig is toegepast.