Eiser is in 2014 in Suriname gehuwd, maar woont sindsdien gescheiden van zijn echtgenote die in Suriname verblijft. Zij hebben nooit samengewoond en voorzien ieder in hun eigen inkomen zonder wederzijdse verzorging of financiële verwevenheid. Gedurende negen jaar hebben zij elkaar slechts drie keer ontmoet, met tussenpozen van jaren, en onderhouden sporadisch contact via telefoon en internet.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende eiser aanvankelijk een AOW-pensioen toe volgens de gehuwdennorm, omdat niet zou blijken dat zij duurzaam gescheiden leven. Eiser stelde beroep in en verwees naar jurisprudentie waarin duurzaam gescheiden leven werd aangenomen ondanks beperkt contact.
De rechtbank stelt vast dat eiser en zijn echtgenote geen intentie hebben om samen te wonen en feitelijk als ongehuwden leven. De sporadische ontmoetingen en communicatie wegen niet op tegen het ontbreken van wederzijdse zorg en financiële verwevenheid. Daarom is sprake van duurzaam gescheiden leven vanaf de huwelijksdatum.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Eiser krijgt een AOW-pensioen toegekend naar de norm voor een ongehuwde vanaf 26 april 2023. De Svb wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan specificatie.