ECLI:NL:RBDHA:2024:7053
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens overdracht aan Spanje op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2024 behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht is uitgegaan van de verantwoordelijkheid van Spanje, aangezien eiseres een geldig Schengenvisum van Spanje had dat minder dan zes maanden verlopen was toen zij haar asielaanvraag indiende. Spanje heeft het verzoek tot terugname geaccepteerd en er zijn geen aanwijzingen dat Spanje zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is dan ook van toepassing.
Eiseres voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de opvang- en medische voorzieningen in Spanje, vooral gezien haar en haar zoon's medische problematiek. Dit verweer wordt verworpen omdat de rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de medische stukken geen aanleiding geven tot het vermoeden van een onomkeerbare verslechtering van de gezondheid bij overdracht.
Verder stelt eiseres dat de belangen van haar minderjarige zoon onvoldoende zijn meegewogen, maar de rechtbank vindt dat de belangen van het kind voldoende zijn betrokken en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een onverplichte behandeling van de asielaanvraag rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid van Spanje.