ECLI:NL:RBDHA:2024:7681
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier zelfstandige op grond van Turks associatierecht bevestigd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige op grond van het verdrag tussen de Europese Unie en Turkije. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiser niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ondernemingsplan onvoldoende was om een wezenlijk Nederlands belang aan te tonen.
Eiser stelde dat het ondernemingsplan zonder inhoudelijke beoordeling direct aan de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) had moeten worden doorgestuurd, zoals volgens oud beleid gebeurde, en dat het standstillbeginsel van het associatieverdrag dit vereist. De rechtbank oordeelde dat dit betoog niet slaagt omdat het standstillbeginsel niet wordt geschonden door de eis van een volledig onderbouwd ondernemingsplan.
Verder voerde eiser aan dat het ondernemingsplan door een deskundige was opgesteld en dat hij niet kon worden verplicht financiële stukken te overleggen die nog niet beschikbaar waren. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht het ondernemingsplan als summier en onvoldoende onderbouwd beoordeelde en dat het niet doorsturen aan EZK binnen diens bevoegdheid valt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de afwijzing van de aanvraag en wees de vergoeding van proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning als zelfstandige blijft in stand.