ECLI:NL:RBDHA:2024:9862
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen ouders en meerderjarige zoon
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij hun meerderjarige zoon. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat er geen sprake zou zijn van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft beoordeeld of tussen eisers en de zoon een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat, hetgeen vereist is voor het aannemen van gezinsleven tussen meerderjarige kinderen en ouders. Eisers stelden dat zij financieel en medisch afhankelijk zijn van hun zoon, mede vanwege gezondheidsproblemen en het ontbreken van alternatieve zorg in Syrië.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris het juiste toetsingskader heeft gehanteerd en dat de feiten geen bijkomende elementen van afhankelijkheid aantonen die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. Er is onvoldoende concreet bewijs van exclusieve emotionele, financiële of medische afhankelijkheid. Ook de belangenafweging is niet ten nadele van eisers onjuist toegepast.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de afwijzing van de aanvraag in stand. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag is ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.