Eiser diende vier aanvragen om bijzondere bijstand in voor kosten van fysiotherapie, rechtsbijstand, waterschapsbelasting en eigen risico zorgverzekering. Het college wees deze aanvankelijk af wegens onvoldoende informatie en niet-ondertekende bezwaarschriften, maar verving later de besluiten en beoordeelde de bezwaren inhoudelijk.
In zaak 22/4075 werd bijzondere bijstand toegekend na overleg van een huisartsverklaring, maar het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. In zaken 22/4325 en 22/4326 bleef het college bij afwijzing vanwege onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid over toevoegingen en facturen. In zaak 22/4327 werd bijzondere bijstand voor waterschapsbelasting en eigen risico afgewezen omdat deze kosten als algemeen noodzakelijk worden beschouwd en uit het inkomen voldaan moeten worden.
Eiser stelde dat het college de wet schendt, aanvragen bewust vertraagt en onterecht geen dwangsom toekent. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en concludeerde dat eiser geen recht heeft op schadevergoeding of dwangsom. De beroepen tegen de vervangingsbesluiten zijn ongegrond, de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen en de oorspronkelijke besluiten blijven in stand.