ECLI:NL:RBDHA:2024:9971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde dat er geen reëel zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn bestond en dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was en richtte zich op de periode daarna. De rechtbank stelde vast dat er in algemene zin zicht op uitzetting naar Algerije bestaat, ondanks het feit dat Algerije zelden laissez-passer afgeeft. Eiser leverde geen concrete aanwijzingen om het tegendeel te bewijzen en weegt mee dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarendheid betrachtte door het voeren van vertrekgesprekken en het rappelleren bij de Algerijnse autoriteiten. De ambtshalve toetsing bevestigde de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.