ECLI:NL:RBDHA:2024:14481
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is sinds 5 mei 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 30 augustus 2024 en constateert een overschrijding van de wettelijke termijn voor uitspraak, maar oordeelt dat dit de belangen van eiser niet schaadt. Eiser stelde dat de bewaring in strijd is met het non-refoulementbeginsel en dat zijn strafrechtelijke gegevens onrechtmatig met Algerije worden gedeeld, wat risico’s op schending van het ne bis in idem-beginsel oplevert.
De rechtbank stelt vast dat deze gronden niet relevant zijn voor de beoordeling van het voortduren van de maatregel van bewaring en bevestigt dat de maatregel tot het moment van sluiting van het onderzoek rechtmatig is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.