ECLI:NL:RBDHA:2024:12186
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende persoon, is sinds 5 mei 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring vanaf 18 juni 2024, het moment na de eerdere uitspraak die de maatregel tot dan toe rechtmatig achtte. Eiser voerde aan dat de minister onvoldoende voortvarend zou handelen en dat het zicht op uitzetting ontbrak, mede omdat een lp-aanvraag zonder persoonlijke presentatie bij de Algerijnse autoriteiten geen effect zou hebben.
De rechtbank oordeelde dat de minister sinds 17 mei 2024 meerdere schriftelijke rappels heeft gedaan en meerdere vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd, wat voldoende voortvarendheid toont. De stelling dat een lp-aanvraag zonder persoonlijke presentatie geen nut heeft, werd niet gevolgd. Er is geen bewijs dat het zicht op uitzetting ontbreekt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.