ECLI:NL:RBDHA:2024:16277

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 oktober 2024
Publicatiedatum
8 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.36933
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 VwArt. 106 VwArt. 8 VwArt. 3.1 Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing maatregel van bewaring wegens rechtmatig verblijf en toekenning schadevergoeding

Eiser, een Algerijnse vreemdeling, was sinds 5 mei 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.

De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de bewaring vanaf 30 augustus 2024, omdat eerdere toetsing reeds had plaatsgevonden. Uit het dossier bleek dat eiser op 18 september 2024 een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning (medisch) had ingediend, welke op 19 september 2024 door verweerder werd bevestigd. Hiermee verkreeg eiser rechtmatig verblijf.

De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de maatregel van bewaring vanaf 19 september 2024 onrechtmatig was, omdat de wettelijke grondslag ontbrak. Voor de periode tot 19 september 2024 was geen onrechtmatigheid vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 7 oktober 2024 en kende een schadevergoeding toe van €1.900 voor 19 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming.

Daarnaast werden de proceskosten van eiser vastgesteld op €875 en aan verweerder opgelegd. De uitspraak is definitief en openbaar gemaakt op 7 oktober 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven per 7 oktober 2024 en een schadevergoeding van €1.900 wordt toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.36933

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Boone),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 5 mei 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 30 september 2024 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 1993.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag heeft gelegen, rechtmatig was. [2] Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, ter beoordeling of vanaf 30 augustus 2024 de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw is het mogelijk om een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in bewaring te stellen. Uit het dossier blijkt dat eiser op 18 september 2024 een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning (medisch) heeft ingediend. Op 19 september 2024 heeft verweerder de ontvangst van de aanvraag bevestigd. Niet is gebleken dat de aanvraag van eiser een herhaalde aanvraag betreft of dat de aanvraag kan worden afgewezen op de grond dat eiser een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Daarmee heeft eiser met ingang van 19 september 2024 rechtmatig verblijf verkregen. [3] Dit betekent dat het voortduren van de bewaring op grondslag van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw vanaf 19 september 2024 onrechtmatig is.
5. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden om het voortduren van de maatregel tot 19 september 2024 onrechtmatig te achten.
6. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van vandaag bevelen.
7. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 19 dagen onrechtmatige tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel. De schadevergoeding bedraagt 19 x € 100,- (verblijf detentiecentrum) = € 1.900,-.
8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep gegrond;
 beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van 7 oktober 2024;
 veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.900,- (negentienhonderd euro), te betalen door de griffie en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding; en
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 875,- (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 7 oktober 2024 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Uitspraken van 10 september 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:14481), 30 juli 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:12186), 16 mei 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:7717) en 25 juni 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:9971).
3.Op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw, samen gelezen met artikel 3.1, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000.