ECLI:NL:RBDHA:2025:10151
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Italië
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende op 16 oktober 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser reeds internationale bescherming geniet in Italië, waar hij een verblijfsvergunning op grond van subsidiaire bescherming heeft.
De rechtbank onderzocht of verweerder deugdelijk had gemotiveerd dat eiser nog internationale bescherming geniet in Italië. Op basis van recente correspondentie van de Italiaanse autoriteiten en vaste jurisprudentie concludeerde de rechtbank dat de bescherming geldig is, ondanks onduidelijkheden over de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning.
Verder werd beoordeeld of eiser een zodanige band met Italië heeft dat het voor hem redelijk is daarheen te gaan, ook gezien zijn gezinssituatie in Nederland. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit voldoende had gemotiveerd en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser moet naar Italië terugkeren. Kosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar Italië waar hij internationale bescherming geniet.