ECLI:NL:RBDHA:2025:10968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Roemenië volgens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat eiser procesbelang heeft, ondanks dat hij met onbekende bestemming is vertrokken, omdat hij nog contact onderhoudt met zijn gemachtigde en prijs stelt op bescherming in Nederland. De rechtbank vindt het besluit zorgvuldig tot stand gekomen en wijst de stellingen van eiser over een onjuiste geboortedatum en onjuiste tolktoepassing af.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiser heeft onvoldoende objectieve aanknopingspunten aangevoerd om dit te weerleggen. De rechtbank volgt de minister in het oordeel dat Roemenië zijn verdragsverplichtingen nakomt en dat er geen sprake is van ernstige structurele tekortkomingen die overdracht zouden verbieden.
Ook de toepassing van artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening wordt afgewezen, omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een afhankelijkheidsrelatie of bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig hard maken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser kan aan Roemenië worden overgedragen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.