ECLI:NL:RBDHA:2025:10971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser voerde aan dat Bulgarije tekortschiet in opvangvoorzieningen en medische zorg, en dat het rechtsmiddel aldaar niet effectief is.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Bulgarije, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het AIDA-rapport 2024 bevat geen wezenlijk andere informatie dan eerdere rapporten die aanleiding geven om hiervan af te wijken. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Verder is niet gebleken dat het rechtsmiddel in Bulgarije niet effectief is. De minister heeft ook terecht geen aanleiding gezien om de aanvraag op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening aan zich te trekken, omdat eiser geen concrete, onderbouwde aanwijzingen heeft geleverd dat overdracht onevenredig hard is. De medische voorzieningen in Bulgarije worden geacht vergelijkbaar te zijn en beschikbaar voor Dublinclaimanten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 20 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.