ECLI:NL:RVS:2025:2130
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Betrokkene diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 30 januari 2025 niet in behandeling werd genomen. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of betrokkene bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico liep op het ontbreken van opvang en of hij effectief tegen een weigering van opvang kon optreden.
De Afdeling volgde de overwegingen van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:1080) en oordeelde dat de grief van de minister slaagt. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene alsnog ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.