ECLI:NL:RBDHA:2025:11466
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Marokko
De minister van Asiel en Migratie heeft op 21 maart 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, die van Marokkaanse nationaliteit is. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel beoordeeld tot 4 april 2025. In deze procedure stond de vraag centraal of de voortzetting van de bewaring na die datum nog rechtmatig is.
Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting omdat hij al meer dan drie maanden in bewaring zit zonder dat een presentatie heeft plaatsgevonden of datum daarvan bekend is. Ook betoogde hij dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, aangezien alleen vertrekgesprekken worden gevoerd en rappels worden gestuurd, waarbij het laatste vertrekgesprek dateert van 27 mei 2025.
De rechtbank oordeelde dat de minister wel degelijk voldoende voortvarend te werk gaat. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat er vier rappels zijn gestuurd aan de Marokkaanse autoriteiten, waarvan de laatste op 12 juni 2025. Daarnaast zijn er twee vertrekgesprekken gevoerd met eiser. De rechtbank stelde dat er in het algemeen en in het geval van eiser voldoende zicht is op uitzetting naar Marokko, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Verder is vastgesteld dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, omdat hij in het laatste vertrekgesprek aangaf geen acties te hebben ondernomen en zijn tijd in bewaring wil uitzitten. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.