In deze bestuursrechtelijke zaak hebben eisers beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 12 januari 2023. In een eerdere procedure had de rechtbank de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd, maar de minister heeft niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gezien de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden voor de behandeling van de aanvragen, wordt een kortere beslistermijn passend geacht. De minister krijgt daarom een termijn van vier weken om alsnog een besluit te nemen, ingaande de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank legt een dwangsom op van €100 per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Deze dwangsom is bedoeld als prikkel om spoedig te beslissen, waarbij rekening is gehouden met capaciteitsproblemen bij de minister. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is geanonimiseerd gepubliceerd. Eisers kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze beslissing.