Eiseres heeft meerdere keren beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar asielaanvraag van 21 november 2022. In eerdere procedures heeft de rechtbank de minister reeds opgedragen binnen bepaalde termijnen een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen bij overschrijding. De minister heeft echter niet binnen de gestelde termijnen beslist, waardoor eiseres opnieuw beroep instelde.
In deze derde procedure oordeelt de rechtbank dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na de uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, opgelegd voor het geval de minister opnieuw niet tijdig besluit.
De rechtbank motiveert dat deze dwangsom als prikkel dient en redelijk is, mede gezien de capaciteitsproblemen bij de minister die het niet tijdig beslissen veroorzaken, maar waarbij geen sprake is van een weigerachtige houding. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ter hoogte van €453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.