ECLI:NL:RBDHA:2025:12235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning medische behandeling wegens openbare orde en artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel medische behandeling, welke door de minister is afgewezen op grond van gevaar voor de openbare orde vanwege toepassing van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Eiser kreeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege medische noodsituatie.
De rechtbank bevestigt dat het eerdere oordeel dat artikel 1F op eiser van toepassing is, in rechte vaststaat en dat eiser een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde. De rechtbank oordeelt dat het besluit tot afwijzing niet onevenredig is, mede omdat het uitstel van vertrek slechts een vangnet is om schending van artikel 3 EVRM Pro te voorkomen. De rechtbank wijst het beroep ongegrond en verklaart dat de minister terecht heeft afgezien van het toepassen van de Duurzaamheids- en Proportionaliteitstoets buiten de asielprocedure.
Verder is geoordeeld dat de minister terecht heeft afgezien van het horen van eiser in de bezwaarprocedure, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning medische behandeling wordt ongegrond verklaard.