ECLI:NL:RBDHA:2025:12407
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid België onder Dublinverordening
Eiseres heeft op 11 oktober 2024 in Nederland een asielaanvraag ingediend, die de minister niet in behandeling nam omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiseres betwist dit en stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is vanwege tekortkomingen in de opvangvoorzieningen in België, met name voor kwetsbare vrouwen, en dat de minister aanvullende garanties had moeten vragen.
De rechtbank toetst het besluit aan de hand van de Europese regelgeving en recente jurisprudentie, waaronder arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank concludeert dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België terecht wordt toegepast, omdat er geen fundamentele systeemfouten zijn die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken.
Verder oordeelt de rechtbank dat de minister voldoende gemotiveerd heeft waarom geen aanvullende garanties zijn gevraagd en dat eiseres onvoldoende objectieve gegevens heeft aangeleverd die haar bijzondere kwetsbaarheid onderbouwen. Ook is geen sprake van een motiveringsgebrek ten aanzien van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Ten slotte vindt de rechtbank dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de bijzondere omstandigheden van eiseres, zoals traumatische ervaringen met huiselijk geweld, geen reden zijn om af te zien van overdracht aan België wegens onevenredige hardheid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.