ECLI:NL:RVS:2024:2631
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen asielaanvragen vreemdelingen
Bij besluiten van 10 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kinderen, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde op 27 juni 2024 dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden.
De Raad van State verwees naar een eerdere uitspraak van 13 maart 2024 waarin dezelfde rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België was beantwoord. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.