ECLI:NL:RBDHA:2025:13066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging spoedeisende bestuursdwang wegens brandgevaarlijke huisvesting arbeidsmigranten
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Westland om spoedeisende bestuursdwang toe te passen en de huisvesting van arbeidsmigranten in een bedrijfsschuur te beëindigen. De rechtbank oordeelt dat sprake was van een overtreding van het bestemmingsplan, de Woningwet en het Bouwbesluit 2012, met name vanwege ernstige brandveiligheidsrisico's.
De rechtbank stelt vast dat de huisvesting in strijd was met de enkelbestemming Agrarisch – Glastuinbouw en dat de woonruimten niet voldeden aan essentiële veiligheidseisen, zoals het ontbreken van rookmelders, brandblussers, veilige vluchtroutes en voldoende daglicht. De situatie was dermate onveilig dat het college bevoegd was om direct bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaand besluit.
Eiseres is als eigenaar van het perceel terecht als overtreder aangemerkt, omdat zij de feitelijke macht had over het gebruik van het perceel en de overtredingen heeft aanvaard. De rechtbank wijst de stellingen van eiseres over concrete zicht op legalisatie, onevenredigheid van handhaving en schending van het vertrouwensbeginsel af. Ook de procedurele klachten over de bezwaarprocedure worden verworpen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, bevestigt het bestreden besluit en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en het college mag handhavend optreden.