ECLI:NL:RBDHA:2025:13394
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting afgewezen
Verweerder heeft op 12 februari 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 22 juli 2025 zonder zitting.
Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije omdat de aanvraag voor een laissez-passer nog niet is afgegeven en verweerder onvoldoende voortvarend zou handelen. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin de maatregel tot 16 juni 2025 rechtmatig werd bevonden en beoordeelt nu het voortduren sinds die datum.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 8 juli 2025 is gepresenteerd aan de Algerijnse autoriteiten en dat de aanvraag voor het laissez-passer in onderzoek is. Verweerder heeft op 4 juli 2025 gerappelleerd en op 30 juni 2025 een vertrekgesprek gevoerd. Deze handelingen zijn voldoende voortvarend. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.