ECLI:NL:RBDHA:2025:8343
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is sinds 12 februari 2025 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel beoordeeld en nu is alleen de periode na 7 april 2025 aan de orde.
Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, mede omdat de Algerijnse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de aanvraag voor een laissez-passer. De rechtbank oordeelt echter dat uit eerdere uitspraken blijkt dat er wel zicht is op uitzetting en dat het uitblijven van een reactie van Algerije geen reden is om de maatregel onrechtmatig te achten. Tevens heeft eiser onvoldoende inspanningen geleverd om zijn identiteit te onderbouwen.
Verder stelt eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting, maar de rechtbank constateert dat er meerdere rappelbrieven zijn gestuurd en een vertrekgesprek is gevoerd, wat voldoende voortvarendheid toont. De rechtbank ziet geen andere gronden om de maatregel onrechtmatig te verklaren.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.