ECLI:NL:RBDHA:2025:13523
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had op 25 maart 2025 een verzoek tot terugname van de asielaanvraag aan Duitsland gedaan, dat op 27 maart 2025 werd aanvaard.
De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft aangeleverd die duiden op de verantwoordelijkheid van een andere lidstaat dan Duitsland, zoals Zwitserland. De minister was daarom niet verplicht nader onderzoek te doen. Het beroep is ongegrond verklaard omdat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland.
Eiser stelde dat Duitsland vanwege overbelasting en slechte opvangomstandigheden niet als verantwoordelijke lidstaat kan worden aangemerkt, verwijzend naar jurisprudentie en rapporten. De rechtbank oordeelt dat alleen bij een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling, conform artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, het vertrouwensbeginsel kan worden doorbroken. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.